U bent hier: Home - Arbocatalogus timmerindustrie - Wet- ... - Werkd... - Arbeidstijdenwet

Print deze pagina


De Arbeidstijdenwet over Werkdruk


De Arbeidstijdenwet bevat regels omtrent o.a: maximale lengte van de arbeidstijd, minimale rusttijden (per dag en per week), pauzes, nachtarbeid, arbeid door kinderen, jeugdigen en zwangere vrouwen, en het arbeidstijdenbeleid.

De Arbeidstijdenwet gaat daarbij uit van het begrip 'dienst'. Daaronder wordt verstaan ( Artikel 1:7 lid c ): een aaneengesloten periode waarin arbeid wordt verricht en die gelegen is tussen twee opeenvolgende onafgebroken rusttijden van ten minste 8 uren. Een nachtdienst is een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. Het werken in nachtdienst wordt door de wet beperkt.


Arbeidstijden
De werktijden zijn maximaal 12 uur per dienst en 60 uur per week. In een periode van 4 weken mag de wekelijkse werktijd maximaal 55 uur gemiddeld per week zijn en in 16 weken maximaal 48 uur gemiddeld per week (Artikel 5:7).

Rusttijden
De werknemer moet in een periode van 24 uur ten minste 11 uur aaneengesloten rust krijgen ( Artikel 5:3 ). In een week krijgt de werknemer 36 uur rust of 72 uur per twee weken ( Artikel 5:5 ).

Pauzes
Tijdens het werk moet gepauzeerd worden: na 5,5 uur werk een half uur pauze ( of twee maal een kwartier). Na 10 uur werk drie kwartier pauze, of drie maal een kwartier ( Artikel 5:4 ).

Nachtarbeid
Van nachtarbeid is sprake als gewerkt wordt tussen 0.00 en 6.00 uur ( Artikel 1:7 sub d ). Zwangere vrouwen, jeugdigen en kinderen mogen geen nachtarbeid verrichten ( Artikel 4:5 lid 5, Artikel 5:3 lid 1, Artikel 3:2 ). Er mogen maximaal acht achtereenvolgende nachtdiensten worden gewerkt en die mogen niet langer dan 10 uur duren (onder omstandigheden uit te breiden tot 12 uur). Als in nachtdienst wordt gewerkt mag de gemiddelde werkweek niet langer dan 40 uur zijn. Ook moeten er langere dagelijkse en wekelijkse rusttijden worden gegeven: 14 uur per etmaal en 46 uur na drie nachtdiensten ( Artikel 5:8 ). Als medisch onderzoek uitwijst dat een werknemer door werk in nachtdienst gezondheidsproblemen krijgt, mag hij niet (langer) ’s nacht werken ( Artikel 4:9 ).

Jeugdigen
Onder 'jeugdigen' wordt verstaan werknemer van 16 en 17 jaar ( Artikel 1:1 lid 3 ). Voor hen gelden strengere regels voor maximale werktijd, minimale rusttijd en pauzes. Voor nachtarbeid en consignatiediensten mogen zij niet worden ingezet.
  • maximale arbeidstijd: 9 uur per dienst, 45 uur per week, en gemiddeld 40 uur per 4 aaneengesloten weken ( Artikel 5:7 lid 1 ).
  • minimale rusttijd: 12 uur in een periode van 24 uur, altijd tussen 23.00 en 6.00 uur ( Artikel 5:3 lid 1 ).
  • minimale pauze: een half uur (of 2 x een kwartier) na 4,5 uur arbeid ( Artikel 5:4 lid 1 ).
  • nachtarbeid is verboden, tussen 23.00 en 6.00 uur ( Artikel 5:3 lid 1 ).
  • scholingsarbeid mag de het volgen van wettelijk verplicht onderwijs niet in de weg staan, schooltijd is werktijd ( Artikel xxx ).

Kinderen
Kinderarbeid is verboden. Onder kind wordt verstaan ( Artikel 1:2 ): een persoon jonger dan 16 jaar. Onder kinderarbeid wordt bovendien verstaan: de verrichtingen van een kind ter naleving van een overeenkomst. Dat is gebeurd om te voorkomen dat niet het kind zelf een overeenkomst heeft met de werkgever maar bijvoorbeeld een van zijn ouders. Onder bepaalde omstandigheden gelden uitzonderingen en mag een kind wel werken ( Artikel 3:2 ).

Vrouwen
Ook voor vrouwen gelden voor en na de bevalling speciale regels.
Kort samengevat: geen arbeid in de periode van 28 dagen vóór en 42 dagen na de bevalling ( Artikel 4:6 ), tijdens zwangerschap in principe geen nachtdiensten ( Artikel 4:5 lid 5 ) en niet langer werken dan 10 uur per dienst, 50 uur gemiddeld per week in een periode van vier weken, en 45 uur gemiddeld per week in een periode van 16 weken ( Artikel 4:5 lid 4 ). Verder heeft een zwanger vrouw recht op meer pauzes en op een regelmatig arbeidspatroon ( Artikel 4:5 lid 3 ). Zij moet na de bevalling in de gelegenheid worden gesteld borstvoeding te geven ( Artikel 4:8 ).

Beleidsvoering
Evenals dat het geval is volgens de Arbowet moet de werkgever ook beleid voeren met betrekking tot de arbeids- en rusttijden en daarbij zo veel mogelijk rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemers. Het beleid moet aansluiten bij het arbobeleid en de bepalingen met betrekking tot de risico-inventarisatie zijn van toepassing. De arbeids- en rusttijden moeten schriftelijk worden vastgelegd.

Van sommige bepalingen in de Arbeidstijdenwet mag beperkt worden afgeweken als dat in de CAO is opgenomen. Dat is in de CAO Timmerindustrie niet gebeurd.

 
 
 

< terug naar vorige pagina